Apfelkuchen: appeltaart met abrikozenglazuur
Appeltaart met een luchtig botercakebeslag en een dunne glazuurlaag van abrikozenjam, na het bakken op het fruit gepenseeld. Voor een vorm van 24 cm en 12 stukken. Tijden: 25 minuten werk, 45–55 minuten oven en ongeveer 60 minuten afkoelen, in totaal ongeveer 2 uur en 20 minuten.

Bereiding
- Verwarm de oven voor op 175 °C boven- en onderwarmte of 155 °C heteluchtoven. Bekleed de bodem van de springvorm van 24 cm met bakpapier en vet de rand in met de extra 5 g boter.
- Schil de appels, snijd ze in vieren en verwijder het klokhuis. Snijd de bolle kant van elk kwart meerdere keren in met parallelle sneden, zonder er helemaal doorheen te snijden. Meng met het citroensap en zet opzij.
- Klop de boter, suiker, vanille en zout met de mixer ongeveer 3 minuten, tot je een lichte crème krijgt. Voeg de eieren één voor één toe en mix na elk ei ongeveer 30 seconden. Als de crème een beetje schift, roer dan een eetlepel van de afgewogen bloem erdoor.
- Meng de rest van de bloem met het bakpoeder en spatel dit kort, op lage snelheid, samen met de melk erdoor: stop als je geen droge bloem meer ziet. Strijk het beslag glad in de vorm. Verdeel de appelkwarten met de sneden naar boven en druk ze er licht in.
- Bak op de tweede richel van onderen 45–55 minuten. Vanaf minuut 45 test je met een prikker in een deel van het beslag nabij het midden, buiten de appels om: hij moet zonder vloeibaar beslag naar buiten komen. Als het oppervlak te vroeg donker wordt, dek het dan voorzichtig af met bakpapier en bak verder.
- Verwarm de jam met 2 theelepels water in een steelpannetje en roer tot hij vloeibaar wordt en begint te borrelen. Voor een glad glazuur zeef je hem eventueel. Penseel een dun laagje op de nog warme appels, zonder het teveel over de hele taart te laten lopen.
- Laat de taart ongeveer 15 minuten in de vorm. Maak de rand voorzichtig los en laat afkoelen op een rooster, in totaal ongeveer 60 minuten, voordat je snijdt.


